Verslag samenwerking Universiteit van Stuttgart

19 december 2016

Verslag samenwerking Universiteit van Stuttgart

Midtermreview onderzoek Buikslotermeerplein studenten Architectur & Städtebau Universität Stuttgart, december 2016

Op 15 december jl. zijn Donica Buisman (Grote Plein) en Jurgen Hoogendoorn (HvA Urban Management) in dialoog gegaan met tweeëntwintig studenten urban planning aan de Universtät Stuttgart. In acht uur werden twaalf presentaties gehouden in hun gebouw in Stuttgart om te laten zien waar ze nu staan in hun onderzoek naar het Buikslotermeerplein. Dit onder leiding van pr. dr. Martina Baum en haar team. Markus Vögl, coördinator, had ook een landschapsarchitect uit Berlijn gevraagd te reageren op de presentaties. De opleiding Architectur & Städtebau van de Universität Stuttgart is een internationaal geroemde opleiding waarin studenten worden gestimuleerd naar een gebied te kijken vanuit de lokale context en historie. De opleiding beoogd daarbij niet zozeer stedenbouwkundigen af te leveren maar vooral studenten te stimuleren met creatieve concepten voor gebieden te komen. Dit was terug te zien in de enorme rijkdom aan gepresenteerde concepten, ideeën, ontwerpen, prototypes en (gedachten)experimenten die gepresenteerd werden. Radicaal denken werd niet geschuwd wat leidde tot (in onze mening) zeer interessante invalshoeken voor (toekomstige) ontwikkeling van het gebied.

Hieronder een korte weergave van de verschillende presentaties.

• De dag begon met een team van studenten dat een lineaire toevoeging van urban planning voorstelde met een connectie tussen het Buikslotermeerplein en Ziekenhuis Boven het Y. Dit op basis van bestudering van de ruimtelijke structuur stations NZlijn: een zogenaamd ruggegraatmodel. Zij kwamen met drie voorstellen voor multifunctionele invulling.• Een ander team stelde voor het hele winkelcentrum te slopen en een stedenbouwkundig ontwerp vanuit trends voor de stad van de 21ste eeuw te implementeren. De basis vormde het integreren van ontwerpen op basis van thema’s als resilient, adaptive, inclusive en ‘the productive city’.

• Een studente stelde voor het groen van het Baanakkerspark – dat minimaal gebruikt wordt– te larderen met nieuwe gebouwen (stempels). Een radicale keuze ook omdat stedenbouwkundig ingrijpen in Amsterdams groen (ook indien nauwelijks gebruikt) eigenlijk not done is.

• De middag begon met een bijzondere presentatie van een concept dat uitgaat van de “homo ludens” de spelende mens (Johan Huizinga 1938). Door dit oude concept te herdefiniëren en opnieuw in te zetten op het winkelcentrum ontstonden zeer interessante en potentiële nieuwe mogelijkheden. Niet alleen voor de structurele planontwikkeling maar juist ook als uitgangspunt voor korte termijn interventies.

• Andere teams lieten het winkelcentrum voor wat het was en richtte de aandacht op de omliggende wijken en de problemen en vraagstukken die daar spelen. Hierbij werd vaak gebruik gemaakt van het toevoegen van nieuwe gebouwen om loze stukken (groen) opnieuw van een identiteit te voorzien. Een interessante invalshoek was dat een van de teams potentie zag in het gebied rondom de Wieden. Zij zullen vooral aan de slag gaan om te laten zien wat voor gebied dit in de toekomst zou kunnen worden.

• Eén student richtte zich op verbinding met de omliggende wijken door het integreren van bestaande boomlijnen en het water van De Wieden in het winkelcentrum.  • De twee laatste presentaties waren erg bijzonder. Een jonge creatieve student stelde voor het viaduct te gebruiken als openbare ruimte voor fietsers en wandelaars. Op dit viaduct wil hij in dialoog met bestuurders en professionals de mogelijkheden voor de toekomst verkennen met een uitkijktoren die in heel Noord te zien zou zijn. Hij gebruikte het viaduct als architectonische politieke daad mede door het afsluiten van het viaduct voor autoverkeer voor het inluiden van het einde van het autotijdperk. Alhoewel dit project (in alle waarschijnlijkheid) niet uitgevoerd gaat worden, geeft het wel een goed beeld van hoe met een nieuwe blik naar de bestaande potentie van een gebied gekeken kan worden.

• Het laatste team stelde dat de gebouwen van het winkelcentrum erfgoed waarde hebben (postwar architectuur van de jaren ‘50 en ’70). Door deze gebouwen – en tussenliggende parkeer- en aanvoerplekken- anders in te richten krijgt het winkelcentrum nieuwe betekenis en nieuwe waarde. Belangrijke items daarin waren het gebruiken van boomsoorten uit de wijk om afgesloten publieke ruimten openbaar te maken, het openen van gebouw van de straat naar deze publieke ruimten om zo een transparant centrum te ontwikkelen, het in ere herstellen van de architectonische waarde van het winkelcentrum en het vergroten van de toegankelijkheid door publieke openingen naar de omgeving te creëren.

De presentaties leidden, in ons ogen, tot interessante invalshoeken voor een succesvolle ontwikkeling van het gebied. Het opengooien van het proces is nu al van waarde voor het denken over de korte termijn ontwikkelingen, het nadenken over toekomstig urban management en geeft stof tot nadenken voor structurele planontwikkeling. Zo kan een proces op gang komen dat leidt tot nieuwe inzichten en het creëren van meerwaarde. Wij zijn daarom erg benieuwd naar de eindresultaten in februari en hopen dat jullie ook dan met ons mee komen kijken en luisteren met als doel samen in dialoog te gaan over de (nabije) toekomst van dit gebied.

Jurgen Hoogendoorn (HvA Urban Management) Donica Buisman (Grote Plein)